Geschreven door Marianne van Waterschoot | dinsdag, 16 november 2010 20:48 | Laatst aangepast op dinsdag, 16 november 2010 21:00
(09/03/2010) Artikel van Marianne van Waterschoot.
Identiteit en imago, twee opponente zijden van een zelfde medaille.
De begrippen identiteit en imago zijn tegenwoordig vaak onderwerp van gesprek en onderzoek in onze pluriforme samenleving. Identiteit is hoe jij jezelf ziet, imago hoe een ander tegen jou aankijkt. Daar kan een wereld van verschil tussen zitten.
Ik heb de nodige onderzoeksverslagen en opinies doorgewerkt, over de vraag wat de Nederlandse identiteit is en welk imago we hebben, en zie mij geconfronteerd met één terugkerende eigen conclusie: er is geen eenduidige conclusie te geven, omdat zelfs hoe je jezelf ziet, al zo divers is en afhankelijk vanuit welk perspectief je jezelf bekijkt.
Neem nu mijzelf als ‘lijdend voorwerp’ in een paar dwarsstraten.
Geografisch bekeken, ben ik Zeeuws-Vlaamse. Maar dat geeft eigenlijk hoofdzakelijk slechts directe informatiewaarde voor Nederlanders en een enkele Belg. Want wanneer je die definitie voorlegt aan iemand uit laten we zeggen Anatolië, die zegt het helemaal niets. Dan moet je algemener worden en zeggen dat ik uit Nederland kom. Niet enkel er woon. Er geboren en getogen ben misschien zelfs wel.
Ik ben een aantal malen in Zuid-Afrika geweest en heb in Soweto vrijwilligerswerk gedaan. Toen ik meedraaide met een ‘social programme’ in een gevangenis voor langgestraften, was ik met een van de jonge gedetineerden informatie aan het uitwisselen over mijn drijfveer om daar te zijn en zijn omstandigheden om daar te zijn. Henrik, een van de weinige blanken daar, lachte naar me en zei: Jullie, West-Europese vrouwen zijn een slag apart! Dus daar bepaalde het continent, waar ik vandaan kwam hoe hij me zag.
Een soortgelijke ervaring had ik ook toen ik een week op familiebezoek in de Verenigde Staten was.
Even terug naar mijn Zeeuws-Vlaams zijn. In Zeeland, die zo alleen al door het water opgedeelde provincie, was ik voor die ‘lui van de overkant’ iemand van de overkant, een niet helemaal Zeeuw-Zeeuwse. Voor ‘Hollanders’ was ik door mijn accent - dat het midden houdt tussen Brabants en inderdaad ja, Vlaams – een Belg, terwijl ik in België door diezelfde tongval, ‘un Hollandse’ was.
Mijn ouders zijn geboren en getogen in Zeeuws-Vlaanderen. Ga ik verder in de tijd terug en roep ik er mijn voorvaderen en –moederen bij, tsja, dan krijgt het verhaal nog wat meer geografische diversiteit te behappen, want dan komen er ook Fransen en een enkele zigeuner voorbij. Waar die laatste zijn ‘wortels’ had? Overal en nergens vermoed ik.
In 1976, op weg naar de middelbare school in een stad verderop, ben ik wel eens toegeroepen ‘Hee, Joodje!’ en in gesprekken met klasgenoten wel eens bestempeld als ‘met een Frans uiterlijk’.
Dus, nu vraag ik je. Wat of wie ik ben, is heel divers, hoe men tegen me aankijkt kan dus ook niet anders dan heel divers zijn. Mede ook door aannames, vooroordelen en indrukken die mensen van mij hebben, gekaderd in hun eigen … diversiteit.
Dus laten we dit in gedachten houden en niet meer zoeken naar één label, dat we zelf willen definiëren of door een ander opgeplakt moeten krijgen, om te bepalen wie we zijn en waar we staan. Bovendien, we staan niet, we gaan continue. Dat in zichzelf houdt al een continue verandering in. Iedereen draagt zijn medaille. Met een gekleurd lint, een stuk touw of opgespeld. En die medaille heeft meer dan de voorkant die je ziet.
John Lennon schreef al: Imagine there's no countries / It isn't hard to do / Nothing to kill or die for / And no religion too / Imagine all the people / Living life in peace
Dus, je mag me een dromer vinden, maar ik ben niet de enige.
© MvW